donderdag 25 september 2008

Wat Phu

Champasak, 24 september
Gisteren door "papa" van guesthouse Soaksan met zijn bootje over de Mekong langs kleine eilandjes naar de vaste wal gevaren. Stukje lopen naar de 'sangthaew' de open bus met twee bankjes achterin waarin je tegenover elkaar zit. Samen met een aantal locals rijdt ik richting Champasak. Het eerste stuk hobbelen (maar dat ben ik inmiddels gewend) en na half uur gelukkig verharde weg. Zalig, ouderwets asfalt. Bij Ban Lak, 5 kilometer van de Mekong en Champasak, wordt ik uit de wagen gezet. Op een kruispunt in the midle of nowhere. Er is alleen een winkeltje met een terrasje en er staan een paar vrouwen rennen telkens op voorbijrijdende auto's en busjes af op meiknollen en geroosterde kippenhartjes te verkopen. Na een uur wachten (kinderen die met open monden de diavoorstelling op mijn camera bekijken) nog geen vervoer naar Champasak. Er komt wel een nieuwe bus vanuit de eilanden aangereden en, ja hoor, Noam stapt uit. Gezellig!. Met een aantal Britten. We hebben geen zin om langer te wachten hier en schieten een passerende terreinwagen aan met de vraag of we in de kofferbak meemogen. Tien minuten later staan we aan de kade van de Mekong. Een bootje gemaakt van twee aan elkaar geknoopte visserskano's met daarop een vlonder (soort catamaran) voert ons naar de overkant. Lachen. Daar staat een tuktuk klaar van meneer Vong die ons gratis naar zijn guesthouse wil brengen. Prima en daar nemen we ook onze intrek. Noam en ik huren fietsen om de omgeving te verkennen. Het is hier prachtig. Een prima verharde weg (zalig) in een rustieke (dat klinkt truttiger dan het is) omgeving. Je ziet hier duidelijk de invloed van de Fransen: De koloniale gebouwen ietwat vervallen in een groen landschap van rijstvelden en met in de verte de bergen. Houten huizen op palen, Laostijl, luxer dan in Cambodja. Buffels en koeien op en langs de weg. Nog geen dertig jaar geleden woonde de koning hier, ik snap niet waarom hij weg is gegaan. Het is nog vroeg in de middag dus we besluiten door te fietsen naar Wat Phu Champasak. Minder huizen nu. Boemen worden gesnoeid, iemand speelt gitaar, een winkeltje waar vers geplukte bananen worden verkocht.

Na negen kilometer zijn we bij de tempel. De tempel is gebouwd in het Angkor tijdperk wat je duidelijk kunt zien. Het complex, of de ruines die er van over zijn, ligt aan de rand van een berg, tussen oude dikke bomen aan de rand van een meer. Ik herken de bouwstijl en de symbolen die ik ook zag in Siem Reap en wandel een tijdje over het terrein. Het is super rustig. Een paar vrouwen verkopen bloemstukjes en wierook om te offeren bij het Bhudabeeld. 's Avonds kaarten met de Britten.
Liefs,
Esther

Geen opmerkingen: