Deze scooter is niet heel comfortabel, ik voel iedere hobbel onder mijn dikke billen alsof de banden zacht zijn. Maar de omgeving is mooi groen met hier en daar wat koeien en wat houten huizen waar betelnoten op kleedjes in de zon liggen te drogen en wiite lappen rubber aan een soort waslijnen van bamboe hangen. We rijden langs een school en ik hoor de kinderen in koor teksten opdreunen. Twee boeren houden siësta met hun koeien. En als we gaan tanken loopt er net een kudde met geiten compleet met bellen over het tankstation. Ach ja, het dagelijkse leven hier.
We rijden verder van de stad af het en dat merk je bijvoorbeeld aan de wegen die steeds iets slechter worden. Mr Bagan wijst op een soort palmbomen. "Betelnut". Oh ja, ik zie de ronde gerimpelde noten hangen. Hij wijst verderop een andere boom aan. "Kashuna", versta ik. Kashuna, kashuna? denk ik. Geen idee. Oh! Cashewnut! Tuurlijk.
We stoppen in een klein dorpje bij een restaurantje aan een rivieroever waar de weg stopt. Er liggen smalle langerekte houten boten te wachten op passagiers of andere lading.
We gaan een tochtje maken. Een jochie voorin op de punt en zijn vader achterin aan het roer en aan de moter. Bagan en Mark daartussenin op houten vlonders. Met een tukketukketukke scheuren we door de jungle.
Lianen aan eeuwenoude bomen, vlotten met bamboe klaar voor de verkoop en andere bootjes passeren we. De vaartocht brengt ons bij een kleine pagoda met een loopbrug op palen die hoog boven het water uitsteken. Bij hoog water tijdens het regenseizoen zie je deze gekleurde palen niet. We klimnen omhoog.
Naast de Boeddha's en mythische wezens zie je hier nog een aantal bijzondere types: drie grote angry birds in de bekende kleuren rood, geel en groen. Huh? Moet je je voorstellen als ze die in een katholieke kerk zouden neerzetten. Gekke Birmesen.
Ik maak wat grapjes met onze jonge bootsman en laat hem foto's maken voor we terugvaren.
Terug naar het restaurantje waar Mark nog een duik neemt. De gefrituurde tofu met chilisaus, die wij onder nieuwsgierige blikken eten, is heerlijk sappig. Jongens met lachende rotte rode tanden van de betelnoot waar ze de hele dag als pruimtabak op kauwen, proberen ondanks gebrekkig Engels een praatje aan te knopen. Het is hun pauze nu, dit heetste moment van de dag. Een blind hondje onder onze tafel die lief naar mij kijkt.
We scooteren terug naar Starlight guesthouse.Even afkoelen in mijn aircokamer. Daarna nog wat rondwandelen met Mark. Locals zijn de pagoda aan het opknappen. Het nieuwe schilderwerk geeft de ornamenten veel extra kleur en diepgang. Het is druk want waarschijnlijk net de tijd om te bidden en offeren. Dames komen verse bloemen bij Boeddha brengen. Bij de grote en bij de kleinere van hun 'lucky day', de dag van de week waarop je bent geboren. Er is een aparte zaal speciaal versierd met extra gekleurde lampjes, slingers en een gouden stoel. Voor een ceremonie die straks begint. Verschillende mensen willen met ons op de foto ondanks dat mijn knieën niet bedekt zijn en ik dus eigenlijk underdressed ben voor pagodabezoek.
Ik doneer 1000 (56 cent) Kyat bij de tafel met de doneerschaal, mijn naam wordt in het grote boek opgeschreven en ik krijg een kwitantie mee.
Verderop eten we bij een druk afhaaltentje Thaise soep met inktvis.
Nakletsen op balkon waar we ook weer een Duits stel ontmoeten die we nog kennen van Paradise Beach. Kleine wereld.
4 opmerkingen:
Wat een avonturen allemaal! Leuk om te lezen. Je ziet er heel ontspannen uit op de foto's. Blijf genieten daar. Ik heb morgen mijn (voorlopig) laatste dagje NZa!
Goed verhaal!leuke fotos.. Os
Ye! Erg leuke stad.
Dank allemaal voor jullie lieve reacties!
Een reactie posten