Gisteren ben ik in de ochtend door Yasmin nog in Myeik meegenomen naar de markt. Verse vissen in alle maten ("the best fishes they sell already to Thailand"), alle onderdelen van koeien, varkens en kippen keurig uitgestald op schalen. Manden en zakken vol pepers in alle schakeringen rood. Vrouwen, benen gekruist onder zich, die verkopen en zichzelf koelte toewapperen met ronde roze of mintgroene waaiers. Veel vliegen ook en zielige magere honden die hopen dat er iets op de glibberige betonnen vloer valt. Afijn, je kent het.
We rijden verder in de brandweerrode auto van Yasmin richting haar nieuwe hotel waar ze mij vol trots een rondleiding geeft. Wauw: brede trappen, een strak gelakte lobby afgewerkt met mooi lokaal hout. Klokken met de tijd van Yangon, Parijs en New York. Brede gangen, mooie kamers bijna af. Op bovenste verdieping uitzicht over zee met schepen en de boeddha in de verte. Jongens staan bezweet hier de nieuwe tafeltjes te schuren. Yasmin haalt er een vinger langs: het is nog niet perfect genoeg dus doorschuren maar. Op het aangrenzende terras geniet ik van het uitzicht en maken we nog een paar foto's samen voor ik met scooter terug wordt gebracht.
Om 12 uur afscheid van Starshine en Twinkle Star die mij uitzwaaien als ik met de minibus wegrijdt, Myeik achter mij latend. We rijden Dawei uit langs heel veel rubberplantages, weinig rijstvelden, dorpjes, over kronkelwegen door de bergen. Zo nu en dan stoppen voor eten en hurktoilet. Het is geen fijne rit: bus volgestouwd, kotsende medereizigers achter mij, warmte ondanks 'airco'. De Myanmarese palingsound de bescheiden door de boxen schalt en mee wordt gezongen door dames is nog wel ok, maar het meisje dat naast mij zit en op haar telefoon keihard andere nummers er doorheen knalt is minder fijn. Ik weet niet of ze het doet om mij te imponeren maar als ik mijn oordopjes uit tas haal.en in mijn phone stop, stopt ze de hare weg. Kggt, kggt, doen de veren en de bus gaat op en neer over de slechte wegen hier. We hobbelen zo hard dat mijn stappenteller meetelt: > 30.000. "Overachiever" zegt de fitbit app.
We komen rond 19:00 aan in Donker Dawei maar de vriend van mijn vrienden van gisteren krijg ik niet te pakken. En mijn vrienden van gisteren ook niet. Ik laat me afzetten in een willekeurig hotel. "We full, everything full in Dawei", zegt de receptionist. Ik bel nog maar een keer en nog een keer. Het wordt 20:00. Het wordt 21:00. Eindelijk krijg ik een vriend van een vriend van mijn vrienden van gisteren te pakken. "I allready asleep" zegt hij. "Oh no, please help me!". Gelukkig komt hij even later naar mij toe. Het is inmiddels 22:00 als we door donker Dawei in de auto van de vriend ("you call me mr David") een hoteltour afleggen. Ik heb honger. Ik ben moe. We komen bij een soort toeristbureautje waar nog paar vrienden met David nog wat adresje voor mij bellen. Ik heb mazzel: er is een kamer vrij gekomen van een gast die niet kwam in The Mandolin. Na een portie french fries onderweg kom ik uitgeput om 23:30 aan bij mijn sjieke kamer. In ieder geval voor één nacht onderdak.
Inmiddels ook voor vandaag en morgen een hotel gevonden: stukje goedkoper maar nog steeds boven mijn normale standaard. Ik wandel richting centrum. Inschattingsfout: na vijf minuten al zuchtend en nat van het zweet.
Alle winkels en meeste restaurantjes zijn dicht ivm festival dat nog steeds gaande is. Ik loop door naar het nieuwe touristoffice, net geopend, waar het personeel helaas nog geen Engels spreekt. Hier ontmoet ik de Ier Will, de eerste westerse toerist die ik spreek sinds Schiphol. We spreken af in het Hiking café, een toeristenspot to be met Engels menu met vooral Thaise gerechten, gerund door een jong stel dat paar jaar in Bangkok heeft gewerkt. Will had reist op zijn fiets door Z-O Azië en had gisteren hetzelfde hotel probleem als ik en is toevallig net als ik ook vanmorgen verhuis van The Mandolis naar Hotel Dawei.
Ik heb vandaag een vrije dag, niets hoeft alles mag, geen programma. De eigenaar biedt aan om mij zelf naar de rivieroever te brengen als ik hem vraag om een scootertaxi te bellen. No charge. Ik slenter langs het water, een shabby boulevard. Passeer het festivalterrein waar ze het podium afbreken. De met bloemen en slingers versierde entreeboog staat er nog en ook een megabillboard met afbeeldingen van de artiesten. Ik loop langs de "rivermarket" waar maar enkele kraampjes open zijn en het verder een dooie boel is. Een paar jongens sjouwen met lege viskratten. Ik breek het ijs met een snotterig kindje zonder onderbroek met mijn babbel en geef hem via moeder een ballon. Ik loop verder. Bewonder planten die in potten aan touwtjes aan dakgoten hangen à la VT-wonen Urban Jungle style.
Bij een bakkertje met westerse zoetigheden, de enige spot in omstreken die op deze nationale feestdag wel open is, eet ik een brownie. Ook nieuw in Myanmar...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten