zondag 21 oktober 2018

22 oktober Myeik

Ik ben geland aan de zuidkant van Myanmar. Voor mij staat een mierzoet drankje, aangewezen bijna willekeurig op de kaart. Het blijkt een soort ijskoffie met veel suiker en limoen. Best ok eigenlijk. Op de overvolle kaart wees ik ook op de rijst met curry. Maar die hadden ze niet en vier andere dingen die ik aanwees ook niet. Uiteindelijk wordt het fried chicken met rijst. 

Ben hier net naartoe gescooterd achterop bij een jongen van het hotel die zichzelf CoolCat noemt. Zijn collega heet Starshine en het meisje achter de balie heeft zo'n onuitspreekbare naam dat ik haar omdoop naar Twinklestar. Starshine heeft de grootste mond en an de drie en weet mij voor morgen een tour naar de eilanden te verkopen.

Na check in eind gelopen langs de waterkant. Ontelbare schepen en scheepjes liggen voor anker voor de kust of varen af en aan. Vracht gaat van schouder op schouder en wordt over smalle steile loopplanken naar de kade gedragen waar mensen, vrachtwagens en karren klaar staan. 

Er staat een briesje wind wat wel fijn is met de brandende zon. Ik loop een soort pier een stukje op. Mannen zitten te gokken met kaarten. Verderop een soort brug met groot stalen hekwerk en daarachter een ponton. Mooie plek om plaatjes te schieten. 

Heel veel kleur om mij heen: vrolijk beschilderde vissersboten, vrouwen in kleurrijke longy's en bijpassende blouses, felgroen van het eiland verderop met een giga liggende Boeddha met veel goud en vrachtwagens vol blauwe oliedrums. 

Ik kijk mijn ogen uit en andersom lijk ik ook een bezienswaardigheid te zijn. Weinig toeristen hier dus er wordt behoorlijk gestaard naar deze foreigner. Maar een glimlach van mij breekt het ijs voor de meesten en ik krijg big smiles terug. Een meisje komt haar parasol boven mij houden. "Better for you". Verderop probeer ik en later een straathond wat brokjes van Scotty die nog in mijn tas zitten te voeren. Hij neemt ze niet! Ik schuif aan bij de jongens die in een kar onder een afdakje zitten. Even later kiepert een man een grote mand vol platte scholachtige vissen in de kar en net op tijd trek ik mijn voeten weg. 

Ik drentel via binnenweggetjes terug richting hotel. Ik beland in een overdekte markt met kleding, stoffen, naaisters en plastic waren. Een paar kinderen kijken mij met grote ogen aan. De oudste, een schattig meisje met glimmend golvend zwart haar in een rood bloemetjesjurkje, durft op aandringen van de moeder "hello" tegen mij te zeggen. Ik verbaas haar met mijn "mingalabar" en "ne kaung la?". We tellen samen tot tien in het Engels en dan begint ze ineens te zingen. Zo lief. 

Oh lekker zeg die kip met rijst. Net niet te pittig. Mijn verstopte neus gaat er van lopen.