zondag 28 oktober 2018

27 oktober Paradise Beach

Na mijn pannenkoekontbijt aan tafel met een paar Portugezen, een Russin en een Nederlandse dame blijf ik even zitten schrijven. Uitzicht op de blauwgroene golven met op hoogste punt telkens romige witte schuimkoppen waar een cappucino barista jaloers op zou zijn. 

Gisteren een fantastische scootertour vanaf Dawei naar hier. Achterop bij Nay, een redelijk goed Engels sprekende jongen van 24. Afgestudeerd in wiskunde maar met de droom om te werken voor toeristen en ooit eigen restaurant te beginnen. Mijn grote tas kan ik droppen bij Hello Dawei op de stoep (deur nog op slot). "You dont worry my boss come later for bag". Ok, ik worry helemaal niet want dit is Myanmar. Ik heb alleen dagrugzakje mee, met twee onderbroeken, bikini, toilettas, camera en travel journal uiteraard. Wij rijden om 8:30 Dawei uit richting ontbijtstop in een dorpje een uur verderop. Het blijkt een drukke typische Myanmarse teashop. Blinkend gelakte boomstamschijven als tafelblad met gekleurde lage plastic krukjes die in Nederland bedoeld zijn voor kinderen. Op tafel een kan met heet water en mooie theekommetjes, een schaaltje met bladerdeegpasteitjes met kip en een bordje met donkere caramel-rijst bolletjes gerold in stukje plastic. Lijkt me prima ontbijt dus ik neem van beide een. Kopje thee er bij dat wordt geserveerd met suiker en melk er al in. Ok. Gewoon opdrinken, Esther en lief lachen. "Yes, really good". 

We rijden verder. Hier en daar langs de wegen en in dorpjes nog een traditioneel houten huis op palen met de karakteristieke veranda en luikjes geschilderd in aubergine of in een pasteltint. Maar meer en meer beginnen die plaats te maken voor stenen gebouwen. Het gaat goed met de economie, ook hier. En een stenen huis is natuurlijk veel comfortabeler dus ik snap het wel maar ik vind de houten gevallen stiekum wel mooier. Gelukkig lijkt er niet echt een schoonheidscommissie oid te zijn voor het bouwen. Alles kan. De huizen hebben allemaal verschillende kleuren met hekjes in glimmend staal of van steen met een knalkleur glazuurlaag. De lampionversiering van het festival hangt overal ook nog steeds. En verder veel planten met en zonder bloemen in aardewerkpotten, lege plastic flessen of oude doorgesneden jerrycans. 

Onderweg zwaaiende kinderen. We stoppen ergens om te tanken. Ik maak een praatje met een vrouw die oranje vruchten op een kleedje voor haar huis heeft liggen. "What is this?" vraag ik terwijl ik er naar wijs. Ze snijdt er een voor mij open. Onder het oranje een dikke witte schil en dan een soort partjes die doen denken aan een citrusvrucht maar dan veel kleiner. Ze pulkt er een partje voor me uit, geeft het mij en ik stop het in mijn mond. "Very good" zegt Nay. Ik verwacht een citrusachtige smaak. Zoetig, sappig, misschien wat zuur. Maar het is juist heel erg droog en de smaak is heel erg bitter. "Tjé zu ba", zeg ik. Dankuwel. 

Volgende stop is de 'waterval'. Hoewel er weinig water nog naar beneden sijpelt van boven in het bassin onderin compleet met stenen zeemeermin. We klimmen de trappen op, ik hijgend, in de hete zonnestralen. Een schattige pagoda met paar hangkids en een hondje. Ik zie een verliefd stelletje verder omhoog klimmen. Daar kun je zwemmen verteld Nay. Na foto met de monniken vertrekken we weer.

We rijden verder het kilometerslanggerekte schiereiland op. Kronkelende bergpaden met nog best veel verkeer waarbij dikke auto's ons dwingen tot de greppels soms. Hier en daar uitzicht op zee, houten visserbootjes en eilanden voor de kust. 

We stoppen bij een in dit gebied beroemde pagoda. Druk met lokale toeristen die nog paar dagen vakantie hebben. De dames mooi gekleed in zuiden longy's. Er is een gouden, ietwat protserige Boeddha hier, versierd met krullen, mozaiek en ern waaier van gekleurde knipperende lampjes als soort aureool maar dan achter het hoofd. 

Bij de entree wordt gul gedonneerd in de zilverkleurige kom op de tafel waarachter een serieus kijkende beheerder de namen van de donateurs en bedragen opschrijft en kwitanties meegeeft. Achter het gebouw is een platform met een prachtig uitzicht over de peninsula en de zee met daarachter in de mist helaas eilanden. Stenen tijgers en draken en andere mythische figuren uit boeddhistische verhalen houden hier de wacht. Aan het plafond hangen als een soort feestslingers gekleurde gekartelde lappen stof en er is ern gebouwtje speciaal voor pelgrims om te rusten. 

Verderop stoppen we voor de lunch. Mijn chickencurry bestaat hoofdzakelijk uit kippennekken. Misschien een lokale delicatesse maar ik heb nogal moeite om het weinige vlees van al die kleine botjes af te bijten. De wat olieachtige saus is wel heel lekker bij mijn rijst en ik krijg van Nay wat schepjes van zijn salade in mijn kom. Met een blikje cola spoel ik alles weg.

Laatste stop voor de eindhalte is alleen te bereiken via een eng, glibberig pad. Ik hou me met beide handen stevig vast aan de scooter en Nay, soms gillend hoewel ik probeer me in te houden als we over het rode hobbelige rode klei stijl stijgen of juist dalen, kan niet besluiten wat enger is. Ik denk " het is het vast waard" en "volgend jaar lach ik er om". Bij de laatste afdaling verschijnt het uitzicht op het mooiste strand wat ik ooit heb gezien. Helemaal perfect in een peachtige baai. We gaan steil naar beneden maar Nay stopt de moter niet, remt niet. Het einde van het pad komt rap op ons af. "Stop, stop" roep ik bijna in paniek. Zoef daar gaan we en ineens: rijden we op het strand. Hahaha. Wauw! We rijden over de glinsteringen van restjes zee op een stevige zandondergrond. Wat een vrijheid dit! "Whoehoe!" We laten de cocosnootverkopers en hun parasols achter ons en met de zeewind om ons heen glijden we bijna verder en verder. Dit is Grandfather Beach.Ik vind het heerlijk.

"You swim?", vraagt Nay. Maar we zijn hier wel nog steeds onder locals die weinig tot nooit wit vlees in bikini zagen dus ik voel aan mijn eigen zeewater dat ik me hier niet kan gaan uitkleden. Dat wordt dus zwemmen met kleren aan. In het enige setje dat ik bij me heb. "Yes", antwoord ik Nay. Ik waad het water in. Het is lekker. Niet te warm en niet te koud. Mijn broek wordt al nat. "Oh nee!" Een megagolf overvalt me en net op tijd pak ik mijn bril vast. Hihi, fijn dit. Terug aan wal drinken we wat bij het strandtentje waar ook een 'shower' is: een grote oliedrum gevuld met zoet water en daarin een schepje waarmee je water over je hoofd giet. Wat ik dus braaf doe terwijl een Birmese dame mijn bril vasthoudt. Doorweekt met de kleren tegen de rondingen van mijn lijf geplakt zet ik mijn helm weer op en stap op scooter. Het glibberpad lijkt nu toch minder eng en we scooteren door naar eindhalte Paradise Beach. 

Laatste stuk kun je ook alleen maar met scooter komen. Een heel smal kronkelpad door jungle over een hoge heuvel waar de bladeren mijn schouders raken. Rond 16:00 check ik veilig in, in mijn bungalow nummer 10.

3 opmerkingen:

Tjalle Rens zei

Wow!

Unknown zei

Wat een leuke dag. En wat een goede foto van jou op die scooter op dat strand!
Os

Unknown zei

He Es, leuke blog schrijf je en mooie foto's. Geniet ervan. X