20 oktober, Kalaw
Vandaag ga ik naar het plaatsje Nyaung Shwe aan het Inlemeer. Het is nu
6 uur s´ochtends en mijn ontbijt komt er aan. Er rijdt een paardenkoets voorbij, een gangbaar vervoermiddel hier, en het is bewolkt. Ik hoor een monnik door de luidspreker religieuze teksten opdreunen, dat gaat continu door tijdens het festival. Gisteren ben ik met gids JP de bergen ingegaan. Om acht uur vertrokken, lekker briesje. Een mooie wandeling (6 mile) door een afwisselend bergheuvellandschap. JP is een grappig mannetje
van een jaar of 65 die veel mensen kent (en die hem onderweg enthousiast begroeten). Hij verteld over Kalaw, de omgeving en de bevolking. Het ruikt hier heerlijk. Naaldbomen, theeplantages, citrus- en avocadobomen. Op het land wordt de thee geplukt die s' avonds in de dorpen wordt gedroogd in houtovens en vervolgens op een soort houten bedden in de zon wordt uitgespreid om verder te drogen. In de twee dorpjes die we passeren ontmoeten we alleen de kinderen en monnikken. Een aantal kids houden hun hand op. "Bonbon?". Verpest door andere toeristen. Bij het klooster geef ik de schriftjes en pennnen af die ik voor ze gekocht heb. Het is een stevige wandeling naar de top van de berg de eerste paar uur. Tegen twaalven komen we bij het hill-top restaurantje. Een hokje van vier bij drie met twee oude houten tafeltjes. In een hoekje het keukentje met de kleipot voor de kooltjes waarop wordt gekookt. Rijst of noedels is de keuze. E
en mooi ver uitzicht vanaf hier en JP wijst me de paadjes waar we gelopen hebben. Terug gaat bergafwaarts dus dat loopt lekker door. We komen onderweg Moe Aye tegen, de nieuwe manager van hotel Amara verteld hij. Ik raak met vhem in gesprek en hij nodugt me uit om in zijn hotel wat te komen drinken later. Dat doe ik. Na een uurtje wandelen en zoeken s'avonds in het donker, kom ik aan bij hotel Amara. Het blijkt een superdeluxe ressort. In een oud voormalig Brits koloniaal landhuis zijn met smaak teakhouten meubelen en antieke schilderijen en voorwerpen neergezet. Ik krijg thee in Wegdewood geserveerd en Moe Aye vraagt of ik iets wil eten. Ik twijfel: kan ik dat wel betalen? "No problem, it's a gift". Hahaha, dat zijn zo soms de verrassingen van het reizen. Het is een gezaellige avond met Moe Aye die goed Engels spreekt. En ik ben blij met het goede, lekkere eten hier. De Burmese keuken smaakt mij meestal niet zo. Veel olie, alles drijft er in, papperige rijst, soep die je overal bijkrijgt en die ruikt naar geitenstront (maar is gefermenteerde bamboe). Bovendien worden gerechten vaak lauw of koud opgediend. Ik ben geen moeilijke eter maar wordt nu soms al misselijk als ik langs de Nepalese en Indiase restaurantjes loop. Ik verlang naar snert, hutspot, een bruine boterhyam met oude kaas! De pizza van Amara smaakt goed genoeg en na een rondleiding door de chique kamers en langs de Finse sauna neem ik weer afscheid van Moe Aye en met motortaxi naar bed.
Vervolg
Inmiddels ben ik aangekomen in Nyang Shwe en ingecheckt in Teakwood Guesthouse. Een gezellige tuin vol potten met bloemen, een teakhouten veranda met relaxkussens en een fanatieke eigenares die me gelijk probeert kanotochten, trekkings en huurfietsen te verkopen. Ik zeg dat ik er nog wel even over nadenk en vandaag alleen wat wil rondwandelen (op zoek naar andere toeristen). Nu zit ik op de hoek van twee straten op een krukje te genieten van een frisse lassi van yoghurt en avocado. Avocado wordt hier vooral gedronken, anders dan bij ons, je kunt het overal krijgen. Avocadojuice, -shake en -lassi. Ee
n beetje vreemd, maar wel lekker. Meer dan in Kalaw zie je hier traditioneel geklede dorpelingen op straat. Onderweg op ossekarren.
Mannen in geruite longy's en met rieten hoeden, vrouwen met een soort gekleurde tulband op het hoofd en een sarong om de middel. Sommige vrouwen dragen zwarte jurken met een geborduurde rand. Bijna iedereen heeft een monnikkentas, een vierkante tas van geweven katoen in vrolijke kleurenmet een brede schouderband en franjes aan de onderkant. Ik heb zelf een felgroene gekocht. Paardekarren en scooters zijn hier de meest gangbare vervoermiddelen en je ziet ook veel fietsers. Twee jochies lopen stevig gearmd voorbij. Het voelt hier weer aqls vakantie, relaxed plaatsje, vriendelijke mensen die nieuwsgierig naar me lachen. Ik loop verder en kom bij een kanaaltje waar smalle bootjes klaarliggen om passagiers en vracht terug te brengen naar de dorpen aan het Inlemeer. Een groepje monnikken die inkopen hebben gedaan, stapt aan boord. Langs de kade kleine winkeltjes met snoep, huishoudelijke spullen en wat eetstalletjes. Het is heerlijk weer. Een aantal mannen wacht op pick-ups om te helpen uitladen en zo een zakcentje te verdienen. Rode tanden van de betelnoot.
Liefs, Esther
Vandaag ga ik naar het plaatsje Nyaung Shwe aan het Inlemeer. Het is nu
Vervolg
Inmiddels ben ik aangekomen in Nyang Shwe en ingecheckt in Teakwood Guesthouse. Een gezellige tuin vol potten met bloemen, een teakhouten veranda met relaxkussens en een fanatieke eigenares die me gelijk probeert kanotochten, trekkings en huurfietsen te verkopen. Ik zeg dat ik er nog wel even over nadenk en vandaag alleen wat wil rondwandelen (op zoek naar andere toeristen). Nu zit ik op de hoek van twee straten op een krukje te genieten van een frisse lassi van yoghurt en avocado. Avocado wordt hier vooral gedronken, anders dan bij ons, je kunt het overal krijgen. Avocadojuice, -shake en -lassi. Ee
Liefs, Esther
Geen opmerkingen:
Een reactie posten