zondag 4 november 2018
3 november, Taungoo
vrijdag 2 november 2018
2 november Taungoo
Mr Chan komt even bij mijn tafel. "Goedemorgen", zegt hij. En "eet smakelijk". Hij spreekt ook een paar woorden Duits, Frans, Italiaans en vloeiend Engels. Een slimme man die Chan die hier inmiddels twee hotels heeft en nog aan het uitbreiden is. Om 8:00 ik met ingehuurde auto + chauffeur (sjiek!) voor een toer de bergen in. Op weg naar een plaatsje met de onuitspreekbare naam Than Daung Gyi. Mijn chauffeurs naam is ook moeilijk te onthouden dus ik noem hem 'akko', (brother). Hij is iet wat vadsig, heeft een baardje bestaande uit pak hem beet 10 lange en 10 wat kortere haren en heeft één cd (met foute Amerikaanse hiphop) die de hele dag herhaald wordt. Verder is hij erg aardig hoewel onverstaanbaar.
We rijden een eindje over de highway Taungoo uit. Het is druk op de weg nu de Taungo-'ers onderweg zijn naar werk, school of de markt op of in scooter, fiets, paardewagen, open truck, bakbrommer, minibus, grote bus, auto of een variant daar op. Of lopend. Ik zie een vrouw lopen die een lange stok vasthoudt die naar achter steekt en waaraan haar blinde man zich vasthoudt en meeloopt. Ik zie kinderen in schooluniform. We rijden even om langs het andere hotel van mr Chan waar een nieuwe memorykaart voor me klaar ligt. Chan is zelf ook fotograaf en omdat deze kaarten in Myanmar alleen in Yangon te koop zijn mag ik er een van hem overnemen. Superblij dat ik weer foto's kan maken! We rijden het eerste stuk door rijstvelden en daarna de bergen in met verschillende boomsoortbossen.
Geen rubber gelukkig. Ik zie palmsoorten, betelnoot en herken bananenbomen. Het is een klim met de auto van zo'n twee uur met steeds mooiere uitzichten over het landschap onder ons. Een groepje monniken poseert voor mij in ruil voor een foto met mij. Goeie deal!
Op het bijna hoogste punt parkeren we en mijn akko blijft beneden als ik hijgend als een oud paard de trappen bestijg, op naar het christelijke giga kruis op de top dat je beneden al van afstand kunt zien shinen. Is het mijn slechte conditie of de ijle lucht hier dat mijn hart zo bonst? Gelukkig zijn er bankjes onderweg voor deze oma. Naast twee echt oude dametjes ga ik even zitten. Ze prevelen allerlei teksten voor zich uit en besteden geen aandacht aan de toerist. Het zijn christenen net als de meeste mensen uit deze streek.
Ik klim verder en verder en eindelijk ben ik daar op het goddelijke hoogtepunt. De hemel is helder dus ik kan tot ver de bergen en bossen zien en pagoda's en wat huizen en een meer in de verte en delen ban de kronkelende wegen die we hebben afgelegd. Mooi hoor.
Ik maak voor een verliefd stelletje een foto met zijn telefoon en klets wat met een techniekstudent. Dan zet ik de afdaling in die heel wat sneller gaat. Op weg naar beneden kom ik langs een bidhokje met drie dames op leeftijd er in die brokken caramel met noten met elkaar delen. Ze spreken redelijk Engels en na de gebruikelijke vragen (where you from, how are you, you only one, what your name, how old you) komt het gesprek op religie. Ze kunnen het niet begrijpen dat ik goddeloos ben en niet geloof in iets na de dood. "Your spirit never dies", zeggen ze bijna verontwaardigd. " Bless you". En ze zingen een simpel liedje voor me over de Lord dat ik bij de derde keer braaf meezing om hen een plezier te doen. "Bless you too".
We rijden verder. Lunchen ergens waar een lief katje me kopjes geeft maar de hond zich voor me uit de voeten maakt. En we gaan weer door. Onderweg bedenk ik me dat er een paar dingen typisch zijn voor autorijden in Myanmar: je rijdt in Myanmar rechts op de weg net als bij ons maar het stuur zit, anders dan bij ons, ook aan de rechterkant. Dat ziet er voor mij heel gek uit en ik vergis me nogal eens bij instappen. In Myanmar zitten in alle auto's gordels maar het is niet de bedoeling dat je die gebruikt. In de meeste auto's liggen kleedjes of hoesjes over de stoelen zodat de stoelen langer mooi blijven. Het is heel normaal om als bestuurder uitgebreid met vrienden, familie, collega's te bellen ook al rijd je over smalle bergpaadjes met veel tegenliggers: een telefoon die overgaat is altijd belangrijker dan veiligheid. In de auto is het de bedoeling dat je toetert naar alles en iedereen die je ook maar een cm in de weg zit. En uiteraard toeter je bij iedere bocht. Auto's hebben voorrang op fietsers, voetgangers, moterbikes, honden, vrachtwagens. Ook bij zebrapaden. Als je tankt laat je de moter draaien want anders gaat de airco uit en krijg je het nog warm. Tot slot: als je betelnoot wilt kauwen terwijl je autorijdt is dat geen probleem: zorg wel voor een lege plastic fles zodat je daar je rode speeksel en de pulp in kan spuwen als je klaar bent met je portie.
De volgende stop is een waterval. En hier klettert nogal wat. Het is eigenlijk meer een aflopende beek met veel grote stenen waar het water uit de bergen langs naar beneden spoelt. Een krachtige stroom water ook al is het regenseizoen al bijna ten einde.
En ik weet niet hoe het met jou is beste lezer, maar ik heb de meeste watervallen of beekjes na zo'n 10 minuten wel gezien. Dus we stappen weer in de auto om verderop nog eens te kijken. Een behoorlijke klim voor de witte two-wheel-drive omhoog op een stijl grof grindpad met veel kuilen en ik hou me stevig vast. Bij de spot boven is het erg gezellig. Er hangen wat mensen rond met eten, bier en whiskey en van dat laatste drink ik een plastic bekertje mee. Iemand speelt gitaar en de Skelectief-groupie in mij ontwaakt dus ik lalala er bij en begin te dansen. En iedereen lacht en is blij. Zelfs het kleine meisje dat zich eerst nog achter vaders rokken verschool komt los. Te gek! Lekker relaxed zit ik even later in de auto terug naar Taungoo.
Vervolg 2 november. Vanmiddag nog even naar de stad getaxied en me op willekeurige drukke plek af laten zetten voor het schieten van wat straatplaatjes. Kleurrijke marktkramen, straathonden, voertuigen, mensen.
Lief lachen naar starende blikken om mensen te laten ontdooien. Af en toe een 'hello' of een 'mingalabar' en ik maak vrienden. Even stoppen als een stoere gast "hé, you!" , durft te roepen om hem vervolgens af te bluffen met mijn brabbelburmees.
Mijn terugweg taxichauffeur rijdt verkeerde kant, ondanks googlemaps waarop ik restaurant aanwijs (what's new, hahaha). Maar alles komt altijd goed dus nu met gevulde maag weer 'thuis' bij Myanmar Beauty ll waar de orchideeën in de bomen groeien.
1 november Taungoo
Een paar uur later dan van tevoren was ingeschat komen we aan op het busstation van Taungoo (spreek uit Taung Oe). Ik kan nauwelijks uitstappen want de taxichauffeurs dwingen zich voor de ingang om mij als hun klant te vragen. Ik probeer ze tegen elkaar af te laten dingen maar iedereen vraagt dezelfde prijs. En dus stap ik maar achterop bij de man met het piekerige haar en stoppelbaard die mijn grote rugzak al voorop zijn scooter heeft vastgeklemd. Myanmar Beauty ll is een prachtige guesthouse ruim opgezet met veel teakhout en bamboo. Smaakvol ingerichte kamers. Myanmar stijl maar dan zonder poespas en rariteiten. Ik heb een eigen balkon met een hang- zithoekje en een eettafel met daarop twee grote houtgesneden olifanten die niet zouden misstaan in de collectie van Suzanne.
Na een hangchillmomentje even 'de stad in'. Het is donker maar druk op de weg met het gebruikelijke getoeter. Bij de avondmarkt zijn volgens de Lonely Planet eetstalletjes met chapati. Maar je moet dus niet alles geloven wat er in de LP staat want chapati is niet te vinden maar wel een stalletje waar ze een soort pannenkoek maken met een gebakken ei in het midden. Heel apart en heel vet. Een soort snack. Ik loop met mijn plastic zakje met de snack over de avondmarkt waar vooral fruit en groente wordt verkocht. Iemand verkoopt grote grijze garnalen. En verderop zit een vrouw met een grote schaal vol eendekoppen met de hals er nog aan vast. Gekke Birmesen.
Ik Google een eetspot (ja ik heb internet want ik heb hier een lokale simkaart), want lopend zie ik niet echt iets wat me aanspreekt. Op goed geluk kies ik een restaurantje uit en laat me er heen scooteren. Het blijkt een Birmees-Chinees restaurant. De noodles and chicken pok-pok-pok wordt geserveerd. Ik hoopte op een pittige dikke curry en spaghetti-achtige slierten. Maar ik krijg een hele hele grote kop met dunne soep en daarin bami-achtige linten. Met een klein beetje groente er in en de chicken hebben ze verstaan als gekookt ei. Ik lach vriendelijk als ze me inschattend aankijken. "Very good", zeg ik, duim omhoog.
Aan een tafel verderop zitten twee jongens die naar me kijken als ik halverwege de soep met het kleine rode katje speel dat hier rondloopt. "Hello!" , zegt de ene. We kletsen wat en ik schuif aan. Gezellig! Ze hebben een bedrijfje in microkrediet waar ik niet echt verstand van heb maar me wel vaag herinner dat Maxima daar ooit iets mee deed. Kan ik in ieder geval nog meepraten met een suf verhaaltje over onze queen. Een van de jongens vraagt van welke muziek ik hou. Dat is niet een handige vraag want ik heb niet echt een goede muzieksmaak, het gaat bij mij alle kanten op. Hij begint zelf over Bon Jovi. Kijk, daar kan ik wat mee. De andere jongen giet wat whiskey bij mijn cola en samen zingen we Always. En het was nog lang gezellig.
Je mag de plaatjes van 1 november er zelf bij verzinnen... Vanaf het verslag van 2 november zijn er weer foto's beschikbaar!
woensdag 31 oktober 2018
Bago, 31 oktober
Ben net uit de 'car tha see' gestapt, ook wel than bein genoemd. Een busje met een open achterkant waar aan weerszijden metalen of houten bankjes gemonteerd zijn. Dat is het standaard ov hier. Je gaat langs een kant ban de weg staan en steekt je hand op als er een voorbij komt. Veel goedkoper dan een scootertaxi. Iedere rit kost 200 (achterin) of 300 (voorin) Kyat. Dus zeg maar 10-15 eurocent. Terwijl een scootertaxi hier 1000-1500 kost. Ik koos de plaats naast de chauffeur, heel toevallig dezelfde als met wie ik eerder op de dag de andere kant op reisde. "You rembember me?" vraagt hij zichtbaar blij verrast. Yes.
Het is heet in Bago, een drukke stad met veel archeologische boeddhistische bezienswaardigheden. Het is snikheet, zweet overal. Ik heb ook best veel rondgelopen in de zon en onder de parasol van Mya Pyae Soe San die ik na de bezichtiging van het paleis tegen kwam. Ze vroeg of ze deze ochtend mijn gids mocht zijn omdat ze graag gids wil worden en haar Engels wil verbeteren. Prima, tuurlijk mag dat!
Maar even terug naar het begin. Vannacht zat ik dus in de bus van Ye naar Bago die eigenlijk niet naar Bago gaat maar wel ongeveer 20 km verderop op de highway speciaal voor mij ging stoppen. De bus waar ik in zat is echt superdeluxe. Ik heb een heuse slaapstoel die heel ver achteruit kan en met een extra lang voetenstuk dat omhoog kan. Er ligt een fleecedeken voor me klaar, een fles water, een mierzoet cakeje en een flesje energiedrank. Een eigen tvscherm met keuzemenu is er ook als in een vliegtuig. En als klap op de vuurpijl: er is geen Burmese muzak onderweg. Nou ja zeg, het lijkt Thailand wel! Van de onbezette stoel naast mij pak ik ook het dekentje af want de airco staat weer op standje vriezen.
Vanaf 04:00 ben ik alert en klaarwakker. Ik hou op mijn telefoon onze gps lokatie in de gaten. Rond 04:30 komt een van de crewleden keurig naar achteren lopen om me te halen. Alles loopt gesmeerd en buiten staan er al taxiboys te wachten. "Tourist, tourist", hoor ik ze al blij tegen elkaar zeggen. Dat levert wellicht meer op? Ik leg uit dat ik naar hotel Amara Gold wil. "You gps?" Vragen ze zodat ik de locatie van het hotel kan aanwijzen. Tuurlijk. Ik voel in mijn zakken. "Oh no!" Foon ligt nog in de bus en die start net de moter en rijdt weg. De jongens rennen er nog achteraan maar de chauffeur heeft het niet in de gaten. Een van de boys bedenkt zich geen moment, springt op zijn motorbike en scheurt achter de bus aan. Het wordt een spannende achtervolging en voor mij een aantal spannende minuten. Ik denk aan mijn blog, aan alle contacten en foto's die er op staan. Aan mijn afhankelijkheid van het apparaat ook omdat er nergens meer internetcafé's zijn. En dat ik misschien wel naar Yangon moet afreizen om foon terug te krijgen... Maar dan ineens keert onze held van vandaag met een smile op gezicht terug. Met telefoon. "Tje zu ba, tje zu ba, tje zu ba", stamel ik alsof het een mantra is.
Vette beloning voor deze boy. Even later zet taxibusje me af bij Amara Gold waar we eerst moeten roepen en bellen omdat de receptionist in slaap is gevallen. Dat ga ik ook maar eens doen als ik om 05:30 mijn kamer binnen stap.
Na bijslapen en basisontbijt met slappe dunne noedels en rijst met bonen ga ik met ov de stad in. Mijn eerste stop is het opnieuw opgebouwde paleis. Veel goud dat er blinkt maar dan nep gok ik. Dit paleis is een replica van het paleis van een oude koning uit de middeleeuwen die erg geliefd was bij het volk als ik de Engelstalige teksten op de borden mag geloven. Binnen liggen de teakhouten fundamenten die ze in de jaren 70 hebben gevonden hier en waarop de reconstructie is gebaseerd. De koning had ook een zwemvijver met vissen, net als ik wel in mijn tuin zou willen. En verder een gigantische tuin en een gouden bijgebouw waarvan ik de functie niet weet te achterhalen. Toeristenbussen mer vooral Thai rijden af en aan.
Ik loop verder op zoek naar de pagoda verderop. En dan kom ik in een achteraf straatje ineens dus Mya tegen. Een lief tenger meisje van 23 die mij langs haar huis ziet lopen en haar kans grijpt. "Where you go?". Ze nodigt me uit in haar huis waarvoor ik eerst langs grommende honden de trap op moet. Ze heeft er vier. Voor bewakinging en voor het vangen en opeten van de ratten en de restjes. Mya begeleidt me door straatjes en zandpaadjes naar de pagoda verderop waar een dame mij een bosje roze rozen verkoopt die ik dan weer kan offeren bij de Boeddha verderop.
Na de pagoda lopen we verder naar een nabijgelegen klooster dat op mijn plattegrond is aangeduid als 'Snake Monastry'. Als we er zijn begrijp ik waarom. In een speciaal ingerichte kamer met zwembadje licht op een betegelde verhoging een enorme lange dikke python. Met zijn vetzorger er naast. Het is een heilige slang die hier meer dan 100 jaar geleden naartoe is gebracht door een monnik die er een droom over had. Als ik de verhalen mag geloven. Gekke burmesen. De python is al 130 jaar oud en het is een van de grootste levende slangen ter wereld. Aan de muren hangen vergeelde foto's van verschillende oude monnikken die de slang om de nek hebben hangen. De slang krijgt 2 keer per maand te eten. Verse rauwe kip. Er zijn veel bezoekers die allemaal tot de slang bidden en geld op de geribbelde huid leggen. De slang schijnt heel gelukkig te zijn.
Er is iets met de opslagkaart van mijn camera. Hier moet foto komen van de slang maar alles foto's zijn verdwenen... wordt aan gewerkt.
Naar de volgende bezienswaardigheid gaan we met motorbike. Mya regelt een vriendin en haar tante. De pagoda die we bezoeken lijkt wel een kopie van de Shwedagon in Yangon maar dan met wat minder poespas er omheen. Een ronde gouden belvormige toren met verschillende lagen en boeddha's er omheen. De mensen in Bago zijn vooral heel trots dat hun pagoda hoger is. Mya is net als ik geboren op een donderdag en dus een muis. We staan even stil bij de bijbehorende Boeddha. In een hoek achter de pagoda worden mijn ogen getrokken naar een hokje met daar boven de tekst "I can say to your fortune". Astrologie is voor de Burmeze boeddhisten zeg maar echt hun ding. Nieuwsgierig loop ik dichterbij. Een oudere man met bril wacht er geduldig op klanten en ik denk "what the heck, ik ben hier nu". "You not afraid?" vraagt Mya terwijl ze me met grote ogen aankijkt. Nee hoor. De man vraagt mijn naam en mijn geboortenaam. Ik zeg " november 27th 1975, I am a mouse". De man pakt er een boekje bij en zijn rekenmachine en schrijft op een papier alkemaal teksten en getallen in het Burmees. Dan moet ik mijn handen laten zien, beide kanten. Hij lijkt erg tevreden over mijn duimen. "Ah, very strong". Ik versta hem niet goed en hij zegt nogal veel. Vooral "ah you suck seks in business" versta ik. Pardon? Oh, succes bedoelt hij, natuurlijk. Haha ha. Verder versta ik dat mijn mind very strong is en that ik too much think think. Zijn advies is dat ik daarom ga mediteren met een boeddha voor me (die heb ik al) en ern kralenketting in mijn handen (heb ik nog niet) terwijl ik "aragan, aragan, aragan" zeg. En dat 100 keer de ketting rond = 10.000 × aragan. Ok, tje zu ba. Op de terugweg kies ik bij de uitgang een houte ketting met grote bruine kralen. Nu oefenen maar dus.
's Middags siësta en dan naar de markt. Volle aandacht want weinig blanken hier in het straatbeeld. Ik koop wat glitterversiering voor kerst alvast en ga daarna nog even naar de 'shoppingmall' in de hoge toren verderop met roltrappen en zelfs een KFC filiaal. Bovenin een elektronicazaakje en daaronder kledingzaakjes met allemaal kleding in maatje S. Vraag me af waar de wat stevigere Myanmarse dames hun inkopen doen. Onderin een grote supermarkt waar ze Europese wijnen verkopen en complete uitzetten voor monniken en zelfs Pringles. Terug met scooter want de chauffeur van de than bein snapt niet waar ik naar toe wil.
Meer foto's volgen hopelijk maar ik kan ze op memorykaart niet meer vinden...
dinsdag 30 oktober 2018
30 oktober Ye
Vanmorgen ontbeten met Mark en toen beetje rondgehangen bij guesthouse en gewandeld naar de markt. Heel veel gedroogde vis hier dun, dik, lang, kort en iniminivisjes op stokjes gespiest.
In een restaurantje lunchen we met een tafel vol schaaltjes waarbij de curry met geit favoriet is, een rijke smaak met lang gestoofd zacht vlees dus we bestellen een extra portie.
Na lunch en uitzwaaien van Mark die de trein naar Mawlyamine moet halen, slenter ik nog een stukje langs de rivier. Het is heet en ik neem een break onder een afdakje aan het water waar dames van mijn leeftijd of iets ouder op een houten bankje zitten te kletsen. Ze lachen lief naar me en praten tegen me maar ik versta ze niet. "Bamar sa gar me ta bu", zeg ik. Ik spreek geen Burmees. Ik krijg een rijstwafel met caramel aangeboden. Lekker!
Verderop laden mannen dikke lappen rubber op een truck. Iemand verkoopt en repareert oude tv's. Boten wachten op vracht en straathonden snuffelen rond op zoek naar kruimels of ander eetbaars.
Het is heet dus ik ga lekker even naar mijn aircokamer. De scooterman moet drie keer de weg vragen, flashbackmoment, voor hij me veilig dropt.
's Avonds lukt het me in de straten rond Starlight niet goed om leuke eetspot te vinden. Aan een jongen die zijn Engels op mij uitprobeert vraag ik "restaurant, where?". Hij overlegt langdurig met zijn maat wat de beste optie zou kunnen zijn voor zo'n witte toerist als ik die vast hun standaard eettentjes te min vind. Ze zijn er blijkbaar uit want ik moet achterop stappen en ze brengen me de stad uit naar een duur hotel. Het hotel heeft een restaurant met felle lampen, een bar met sterke drank en een koelvitrine met chocolademousse toetjes. Het water loopt me in de mond. Lief van ze maar omdat ik eten in een lokaal tentje in mijn hoofd had heb ik te weinig geld bij me om echt uit te pakken. Ik kan bij de dame in strak eit shirt en zwarte rok dus alleen een portie frites en een portie cashewnoten bestellen en dan hou ik precies genoeg over voor een taxi terug. En laat ik daar nou net zin in hebben :)
Twee uur later zit ik braaf te wachten bij de bushalte voor de VIP bus richting Bago. De kakkerlakfamilies lopen gezellig tussen mijn benen door terwijl de bus onmiddels al een half uur te laat is. Met een ouderwets telefoontoestel zit de kaartjesverkoper druk te bellen met andere klanten, gok ik. Er liggen verschillende grote zakken met betelnoten klaar om ingeladen te worden.
Er was wat verwarring toen ik zei dat ik naar Bago ga. De bus gaat naar Yangon en stopt niet in Bago. Het paniekzweet breekt me uit. "Oh no!". Ik heb het hotel en alles daar al geregeld. Waarom heeft die dame me gisteren dan dit kaartje verkocht? Gelukkig is Bagan er nog die wat Engels spreekt en het voor me opneemt. Langzaamaan wordt me duidelijk dat de bus wel in de buurt van Bago kan stoppen maar niet door de stad gaat. Ze zullen de chauffeur vragen mij er bij de highway uit te zetten vanwaar ik met een taxi de laatste 20 km moet doen. Pff, ok dan. Nu maar hopen dat ze niet vergeten me wakker te maken want de stop is om 04:00.
29 oktober Ye
Deze scooter is niet heel comfortabel, ik voel iedere hobbel onder mijn dikke billen alsof de banden zacht zijn. Maar de omgeving is mooi groen met hier en daar wat koeien en wat houten huizen waar betelnoten op kleedjes in de zon liggen te drogen en wiite lappen rubber aan een soort waslijnen van bamboe hangen. We rijden langs een school en ik hoor de kinderen in koor teksten opdreunen. Twee boeren houden siësta met hun koeien. En als we gaan tanken loopt er net een kudde met geiten compleet met bellen over het tankstation. Ach ja, het dagelijkse leven hier.
We rijden verder van de stad af het en dat merk je bijvoorbeeld aan de wegen die steeds iets slechter worden. Mr Bagan wijst op een soort palmbomen. "Betelnut". Oh ja, ik zie de ronde gerimpelde noten hangen. Hij wijst verderop een andere boom aan. "Kashuna", versta ik. Kashuna, kashuna? denk ik. Geen idee. Oh! Cashewnut! Tuurlijk.
We stoppen in een klein dorpje bij een restaurantje aan een rivieroever waar de weg stopt. Er liggen smalle langerekte houten boten te wachten op passagiers of andere lading.
We gaan een tochtje maken. Een jochie voorin op de punt en zijn vader achterin aan het roer en aan de moter. Bagan en Mark daartussenin op houten vlonders. Met een tukketukketukke scheuren we door de jungle.
Lianen aan eeuwenoude bomen, vlotten met bamboe klaar voor de verkoop en andere bootjes passeren we. De vaartocht brengt ons bij een kleine pagoda met een loopbrug op palen die hoog boven het water uitsteken. Bij hoog water tijdens het regenseizoen zie je deze gekleurde palen niet. We klimnen omhoog.
Naast de Boeddha's en mythische wezens zie je hier nog een aantal bijzondere types: drie grote angry birds in de bekende kleuren rood, geel en groen. Huh? Moet je je voorstellen als ze die in een katholieke kerk zouden neerzetten. Gekke Birmesen.
Ik maak wat grapjes met onze jonge bootsman en laat hem foto's maken voor we terugvaren.
Terug naar het restaurantje waar Mark nog een duik neemt. De gefrituurde tofu met chilisaus, die wij onder nieuwsgierige blikken eten, is heerlijk sappig. Jongens met lachende rotte rode tanden van de betelnoot waar ze de hele dag als pruimtabak op kauwen, proberen ondanks gebrekkig Engels een praatje aan te knopen. Het is hun pauze nu, dit heetste moment van de dag. Een blind hondje onder onze tafel die lief naar mij kijkt.
We scooteren terug naar Starlight guesthouse.Even afkoelen in mijn aircokamer. Daarna nog wat rondwandelen met Mark. Locals zijn de pagoda aan het opknappen. Het nieuwe schilderwerk geeft de ornamenten veel extra kleur en diepgang. Het is druk want waarschijnlijk net de tijd om te bidden en offeren. Dames komen verse bloemen bij Boeddha brengen. Bij de grote en bij de kleinere van hun 'lucky day', de dag van de week waarop je bent geboren. Er is een aparte zaal speciaal versierd met extra gekleurde lampjes, slingers en een gouden stoel. Voor een ceremonie die straks begint. Verschillende mensen willen met ons op de foto ondanks dat mijn knieën niet bedekt zijn en ik dus eigenlijk underdressed ben voor pagodabezoek.
Ik doneer 1000 (56 cent) Kyat bij de tafel met de doneerschaal, mijn naam wordt in het grote boek opgeschreven en ik krijg een kwitantie mee.
Verderop eten we bij een druk afhaaltentje Thaise soep met inktvis.
Nakletsen op balkon waar we ook weer een Duits stel ontmoeten die we nog kennen van Paradise Beach. Kleine wereld.