maandag 5 november 2018

5 november Loikaw

Nog maar een weekje te gaan. Ik zit even in mijn koele hotelkamer in Loikaw. Zo fijn dat airco hier niet nodig is. De avonden en nachten zijn redelijk koud hier. Rond de 18 graden. 

Ik ben net terug van een dag vol bijzondere indrukken en ontmoetingen. Een privé tour in de omgeving van Loikaw met maar liefst twee personen tot mijn beschikking: een chauffeur en een gids. En in het dorpje dat we bezochten nog een extra gids vanuit het dorp zelf. Wat een luxe! Banou is de chauffeur, een vrolijke man van 33 die de hele dag wangen vol stopt met betelnoot om op te kauwen en daarna met rode klodders uit het autoraam te spuwen. Mijn gids heet Emilia. Zij is katholiek, net zoals velen in deze omgeving nog als gevolg van de vele geestelijke missionarissen die hier in de jaren '60 huishielden. Haar naam is haar gegeven door de Italiaanse priester die haar als baby doopte.

De tour begint bij mijn hotel en vanaf daar rijden we naar een plaatsje verderop waar vandaag de 3-dagen-markt is. Uit alle streken in de omgeving komen boeren, vissers, ambachtslieden en klanten naar deze markt voor hun in- en verkoop. De vissen zijn zo vers dat ze nog spartelen aan de houten haakjes in hun mond. Maar de aan stokjes gerijgde kikkers zijn al helemaal zongedroogd. Er zijn prachtige gevlochten manden die je op je rug kan binden voor als je aan het oogsten bent. Vrouwen laten mij hun zelfgemaakte wijn proeven die ze uit grote gele jerrycans in een emaille beker schenken. Zoet maar wel lekker. Beetje bloemig. De wijn is niet gemaakt van druiven maar uit de zaden van een plantensoort die familie is van mais maar dan met kleinere zaden. Er is uiteraard ook veel groente en fruit in de aanbieding. Bij een tante van Emilia koop ik een zakje lokale peper dat verrassend fruitog smaakt, citrusachtig. De maatbeker voor een portie is een leeg blikje. En ik koop ook gelijk een portie gele gemberpoeder van haar. Lekker voor in curry's! Verder scoor ik nog wat kerstboomslingers voor een fractie van het bedrag dat je er on Nederland voor neerteld.

En dan door weer. Door naar een afgelegen Kayah dorp waar  Padaung wonen. En nu moet ik wel eerlijk zeggen dat ik twijfel of ik er goed aan doe om hier heen te gaan. In dit dorp wonen namelijk een aantal 'longneck' vrouwen. Dat zijn vrouwen die die vanaf hun jeugd zware koperen ringen om hun nek dragen. En daar is nogal veel om te doen. Met name in Thailand waar verhalen gaan dat meisjes gedwongen worden deze ringen te dragen om toeristen te trekken en geld te verdienen. Ook wordt gezegd, en dat geloof ik ook, dat deze ringen erg slecht zijn voor de gezondheid omdat ze met veel gewicht hun leven lang op de schouders/rugwervels steunen. En toch ben ik nieuwsgierig. Maar het is hier natuurlijk wel anders dan in Thailand: Loikaw en omstreken is nog maar sinds twee jaar toegankelijk voor toeristen en het is best moeilijk om hier te komen. Van massatoerisme, busladingen vol aapjes kijkers is dus zeker geen sprake. Slechts een handjevol toeristen die echt in de cultuur zijn geïnteresseerd, anders kom je hier niet helemaal naartoe. En die toeristen komen dan ook nog vooral in het 'cold season' van oktober tot februari omdat het anders veel te heet is of omdat de wegen onbegaanbaar zijn door de regen.

Maar goed. Ik ga dus toch. We worden aan de rand van het dorpje, waar 300 mensen wonen, al opgewacht door onze lokale gids. Een wat stevige dame van ongeveer mijn leeftijd, geen halsringen, die ons vriendelijk begroet. We lopen door het uitgestorven dorp: mannen en vrouwen zijn op de rijstvelden verderop aan het werk en de kinderen zijn naar school. Alleen een paar oude vrouwen blijven dan achter. We komen vooral kippen tegen, enkele honden en af en toe een hok met een varken er in die vrolijk knorren als ik dichterbij kom om de vette snuiten te fotograferen. 

We stoppen bij een veld met een soort totempaal met houten vogel er in. Een keer per jaar is hier een festival waarbij alleen de mannen mogen dansen. En dan worden er een varken en twee kippen geofferd. Aan de botten van de kippen en aan de lever van het varken kunnen ze dan zien of het een goed jaar of een slecht jaar wordt. Op mijn vraag wat ze doen als de voorspelling is dat het een slecht jaar wordt is het antwoord: dan werken we harder en letten we beter op. Aha.

We lopen door naar het huisje van een van de 'longneck' vrouwen. Ik zie een broos dametje die katoen aan het spinnen is tot draad. Ik voel al aan dat dit een heel bijzondere ontmoeting wordt. Alsof ik een documentaire op National Geographic binnenstap. Ik krijg een kopje thee van haar en we gaan, met Emilia als vertaalster, een gesprek aan over haar leven en een beetje over het mijne. Het is een wisselwerking met wederzijdse interesse. Ik vraag hoe oud ze is (71) en hoeveel kinderen en kleinkinderen ze heeft. Ik zeg dat het heel bijzonder voor mij is om haar te mogen bezoeken. Ze zegt dat ze blij is dat ik haar bezoek en vraagt naar mijn familie en ik laat haar op mijn telefoon wat foto's zien. En dan nodigt ze me uit om ook te proberen om wat katoen door de mangel te halen om zo het zaad te verwijderen. En om daarna het spinnen te proberen. 

Hilarisch uiteraard. Ik kan het niet laten om ook naar de ringen te vragen. Ze verteld dat ze heel trots is op de tradities van haar stam. Dat ze nooit gedwongen is om de ringen te dragen maar dat ze dat van kleins af aan zelf wilde. Ze was nog maar vijf jaar oud toen ze haar eerste ring om kreeg en staat nog altijd achter haar keuze. Ze geeft ook aan dat ze het jammer vind dat deze traditie verdwijnt maar dat ze er ook begrip voor heeft. Haar dochters werden gepest op school vanwege de ringen. De jongste vrouw  die er in het dorp nog rondloopt met ringen om haar hals is 25 jaar. 

We vervolgen onze tocht naar een andere dame op leeftijd met een lange nek door de ringen. Zij is 60 jaar oud en onder genot van lokaal geproduceerde rijstwijn die we met een rietje van bamboo uit een kleipot drinken, hebben we een vergelijkbaar gesprek terwijl we elkaar diep in de ogen aankijken. De oprechtheid en de openheid van deze sterke en tegelijk ook broze vrouwen fascineerd mij. En dan pakt ze haar gitaar en begint een liedje voor me te zingen! Over de vrijheid van de vrouw voordat ze getrouwd is en kinderen krijgt. 

Het is heel ontroerend om deze vrouwen te onmoeten en zo openhartig met ze over hun leven te kunnen spreken. Ze komen totaal niet over op mij als mensen die onder de rituelen en gebruiken van hun stam gebukt gaan. Integendeel. Toch vind ik het moeilijk om naar hun nekken te kijken en ziet het er voor mij, ondanks alles, uit als een vorm van verminking. Ik ben voor de jonge generatie dus wel blij dat deze traditie aan het verdwijnen is. Net zoals de traditie verdwijnt van het tatoeëren van vrouwengezichten met spinnewebben in een andere staat in Myanmar waar ik eerder was. 

We gaan ook langs bij de school vlakbij waar de kinderen in koor hardop meelezen met de leraar. Het zijn arme kinderen aan de korsten op hun gezichtjes en smoezelige kleren te zien. Maar een filmpje van Scotty in de pauze brengt een lach op hun gezicht. 

In de middle of nowhere lunch ik met Emilia en Banoe in een restaurant met een wijds uitzicht over een meertje en in de verte de bergen. Ik geef Banoe ongevraagd nog wat bijles Engels voor we terugrijden naar Loikaw. 

In het klooster van de nonnen is helaas niemand aanwezig omdat ze aan het collecteren zijn. Dus we bezoeken de monniken verderop die wel 'thuis' zijn. Het is het grootste klooster in Kayah State met ongeveer 400 monniken. De meeste in een leeftijd onder de 20 jaar. Deze jonge novicen blijven minimaal een maand in het klooster en mogen dan bepalen of ze langer willen blijven of dat ze naar huis gaan. Ze zijn aan het 'studeren' als we binnen komen. In groepjes zitten ze met boeken om zich heen op de grond. Een gekakel want ze lezen dit door elkaar heen hardop voor. Hun dagschema is strak: 04:00 opstaan en bidden, 06:00 ontbijten, 07:00 eten ophalen door met bedelnap langs huizen, winkels en restaurants te gaan, 08:00 studeren, dan weer bidden en mediteren en weer studeren, dan lunchen en bidden en mediteren, dan weer studeren en dan corvee en dan weer bidden, mediteren, studeren, bidden en om 22:00 slapen (precieze volgorde kan iets verschillen). In ieder geval is het niet de bedoeling dat je na de lunch nog iets eet of drinkt. 

We maken een wandeling langs de slaapvertrekken, tuin en een rondje door de keuken waar iedere dag een groepje jongens in toerbeurt voor de hele populatie kookt. Met de ingrediënten die sponsors aanleveren. Aan de gigantische voorraden te zien is daar geen gebrek aan.

Met het kloosterbezoek eindigt de tour. Afscheid van mijn begeleiders bij het hotel. Wat een dag!

zondag 4 november 2018

4 november Loikaw

Net even een limonade besteld. 'Tea' verstond ze niet dus een plaatje aangewezen dat op de deur hing van limonade met een citroentje er in. Ook goed als je even ergens willekeurig naar binnen gaat omdat je snel naar de 'eintha' moet. "Number three", zegt ze terwijl ik de sleutel krijg van een van de blikken hokjes achter de keuken. Terug bij mijn drankje klinkt op de radio de Burmese variant van "I can't live" dat ik zachtjes in het Engels meezing terwijl een jongen en een meisje stiekum van achter een deurpost gluren en snel wegspringen en als ik hun kant op kijk of, nog enger, zwaai. Mijn doel van vandaag is beetje sfeerproeven en rondlopen in Loikaw waar ik vannacht eindelijk om 05:00 aankwam. 

Over gisteren kan ik kort zijn: een hele lange lange busreis met veel stops. Hoewel de minibus heel hoopvol een kwartier te vroeg vertrok kwamen we veel later aan dan mij voorspeld was. En ook later dan de twee uur extra die ik zelf al had bijgeplust... Onderweg worden dikke vrachtladingen bovenop onze bus geplaatst.  

Zakken rijst in het gangpad met daar een soort loper overheen om op te lopen. De 'airco' bestaat uit open ramen die ook toen de nacht koud was, open bleven. Dikke trui aan dus. Weinig slaap door de klappergeluiden van het gehobbel en gebonk als een schip op zee dat veel wind vangt maar de zeilen niet strak heeft staan. Blij als ik om vijf uur mijn strak op gemaakt kingsizebed in kan stappen.

4 november vervolg. Lekker relaxed dagje vandaag. Ik zit in een Koreaans restaurantje en voor het eerst in weken drink ik weer eens een wijntje dat achter de glazen deur van de koeling in een flesje naar me lonkte. Slecht idee: de bocht doet nog het meeste denken aan een mix van Canei en 7-up. De kimchi hier is daarentegen fabuleus. 

Met de fiets vanmorgen op weg richting pagoda met de naam Taung Kwe Zayde. Volgens LP dit "Kayah State's most famous sight". Ik lees ook dat loi kaw eiland van bergen betekent. Aha. En wat doe je als je Burmees bent en er een berg/enorme rots staat in je dorp? Als boeddhist is er dan maar een optie: daar moet een pagoda op, een gouden toren die je van verre kunt zien. Met heel veel trappen alle kanten op zoals in een tekening van Esscher. En verborgen hoekjes, uitkijkpunten, loopbruggen en rustbankjes. Hier en daar een afdakje met een Boeddha of een kleine stupa. We gooien er ook nog een minivariant van de gouden rots van Kyaikto tegenaan en een paar gekleurde draken. 

En je hebt vermaak voor jong en oud met ook nog een spiritueel tintje. De enige vraag die dan overblijft is: waarom gaan er nog steeds mensen naar Disneyland als je naar Loikaw kan? Voor de entreeprijs van omgerekend 28 eurocent hoef je het ook al niet te laten. Ik vind het hier geweldig. Allemaal families komen uit omgeving hier naar toe. Van een groepje ouderen krijg ik een hele grote rijstcracker in handen geduwd. Zo lief! Voor kinderen is dit ook een toffe plek met al die hoekjes en trappetjes. 


Op markt lekker wandelen. Een vrouw schilt de mer sticky rice gevulde bamboostaven en ik  scoor alvast een kadootje voor het neefje van Sein Chu. Een t-shirt met 'Supreme' er op want dat is wat je hier draagt als je een stoere boy bent. Over een paar dagen ga ik nasr Sein Chu & family die in Nyaung Shwe wonen en ik voor het eerst ontmoette in 2008. Sindsdien altijd contact gehouden. De schattige rokjes voor meisjes die ze ook verkopen laat ik toch maar hangen want de dochters van Sein Chu zijn al 10 en 14 dus die vinden ze vast kinderachtig. 

Inmiddels heb ik de sushi met groente en ei bijna op maar de garnalentempura is echt veel te veel. Afrekenen en terug naar hotel. 

3 november, Taungoo

Ik ben aan het wachten op mijn lunch die een van de jongens van de staf met een scooter voor me ophaalt bij restaurantje verderop. Over een uur stap ik op de bus naar Loikaw die ruim 10 uur zal duren is de voorspelling. Dat is dus ongeveer net zo lang als vliegen van Amsterdam naar Yangon ter vergelijking. Ach ja, reizen is niet altijd vakantie. Vanmorgen de meiden van het hotel uit weten te lokken om wat te zingen. Een jongen haalde zijn gitaar er bij en ik kreeg een Burmese vertaling van Country Roads en daarna nog wat onbekende nummers te horen. Verlegen, breekbaar maar heel mooi en ook een beetje ontroerend. 

vrijdag 2 november 2018

Intermezzo


privéconcert

2 november Taungoo

Vandaag is Femke jarig en ze eet appeltaart met gember die Nine heeft gemaakt. Ik ben net terug bij Myanmar Beauty ll. Werkmannen maken muziek met hun slijptol bij het nieuwe restaurant dat meneer Chan, de eigenaar, laat bouwen. Je kunt daar straks kookworkshops volgen maar helaas voor mij nu nog niet. Een van de jongens van de staf veegt zingend de stenen vloer beneden. Vanaf mijn balkon zie ik bij de receptie een meisje lakens strijken en in de verte hoor ik het verkeer van de snelweg waaraan Taungoo ligt. Vanmorgen heel uitgebreid ontbeten. Mijn tafel werd  vol gezet met schoteltjes met lekkernijen. Pannenkoeken, zoete kleverige rijstbolletjes, bonen, samosa's, deeghapjes, honing- en watermeloen, banaan, minimandarijnen en meer. 

Mr Chan komt even bij mijn tafel. "Goedemorgen", zegt hij. En "eet smakelijk". Hij spreekt ook een paar woorden Duits, Frans, Italiaans en vloeiend Engels. Een slimme man die Chan die hier inmiddels twee hotels heeft en nog aan het uitbreiden is. Om 8:00 ik met ingehuurde auto + chauffeur (sjiek!) voor een toer de bergen in. Op weg naar een plaatsje met de onuitspreekbare naam Than Daung Gyi. Mijn chauffeurs naam is ook moeilijk te onthouden dus ik noem hem 'akko', (brother). Hij is iet wat vadsig, heeft een baardje bestaande uit pak hem beet 10 lange en 10 wat kortere haren en heeft  één cd (met foute Amerikaanse hiphop) die de hele dag herhaald wordt. Verder is hij erg aardig hoewel onverstaanbaar. 

We rijden een eindje over de highway Taungoo uit. Het is druk op de weg nu de Taungo-'ers onderweg zijn naar werk, school of de markt op of in scooter, fiets, paardewagen, open truck, bakbrommer, minibus, grote bus, auto of een variant daar op. Of lopend. Ik zie een vrouw lopen die een lange stok vasthoudt die naar achter steekt en waaraan haar blinde man zich vasthoudt en meeloopt. Ik zie kinderen in schooluniform. We rijden even om langs het andere hotel van mr Chan waar een nieuwe memorykaart voor me klaar ligt. Chan is zelf ook fotograaf en omdat deze kaarten in Myanmar alleen in Yangon te koop zijn mag ik er een van hem overnemen. Superblij dat ik weer foto's kan maken! We rijden het eerste stuk door rijstvelden en daarna de bergen in met verschillende boomsoortbossen. 

Geen rubber gelukkig. Ik zie palmsoorten, betelnoot en herken bananenbomen. Het is een klim met de auto van zo'n twee uur met steeds mooiere uitzichten over het landschap onder ons. Een groepje monniken poseert voor mij in ruil voor een foto met mij. Goeie deal! 

Op het bijna hoogste punt parkeren  we en mijn akko blijft beneden als ik hijgend als een oud paard de trappen bestijg, op naar het christelijke giga kruis op de top dat je beneden al van afstand kunt zien shinen. Is het mijn slechte conditie of de ijle lucht hier dat mijn hart zo bonst? Gelukkig zijn er bankjes onderweg voor deze oma. Naast twee echt oude dametjes ga ik even zitten. Ze prevelen allerlei teksten voor zich uit en besteden geen aandacht aan de toerist. Het zijn christenen net als de meeste mensen uit deze streek. 

Ik klim verder en verder en eindelijk ben ik daar op het goddelijke hoogtepunt. De hemel is helder dus ik kan tot ver de bergen en bossen zien en pagoda's en wat huizen en een meer in de verte en delen ban de kronkelende wegen die we hebben afgelegd. Mooi hoor. 

Ik maak voor een verliefd stelletje een foto met zijn telefoon en klets wat met een techniekstudent. Dan zet ik de afdaling in die heel wat sneller gaat. Op weg naar beneden kom ik langs een bidhokje met drie dames op leeftijd er in die brokken caramel met noten met elkaar delen. Ze spreken redelijk Engels en na de gebruikelijke vragen (where you from, how are you, you only one, what your name, how old you) komt het gesprek op religie. Ze kunnen het niet begrijpen dat ik goddeloos ben en niet geloof in iets na de dood. "Your spirit never dies", zeggen ze bijna verontwaardigd. " Bless you". En ze zingen een simpel liedje voor me over de Lord dat ik bij de derde keer braaf meezing om hen een plezier te doen. "Bless you too". 

We rijden verder. Lunchen ergens waar een lief katje me kopjes geeft maar de hond zich voor me uit de voeten maakt.  En we gaan weer door. Onderweg bedenk ik me dat er een paar dingen typisch zijn voor autorijden in Myanmar: je rijdt in Myanmar rechts op de weg net als bij ons maar het stuur zit, anders dan bij ons, ook aan de rechterkant. Dat ziet er voor mij heel gek uit en ik vergis me nogal eens bij instappen. In Myanmar zitten in alle auto's gordels maar het is niet de bedoeling dat je die gebruikt. In de meeste auto's liggen kleedjes of hoesjes over de stoelen zodat de stoelen langer mooi blijven. Het is heel normaal om als bestuurder uitgebreid met vrienden, familie, collega's te bellen ook al rijd je over  smalle bergpaadjes met veel tegenliggers: een telefoon die overgaat is altijd belangrijker dan veiligheid. In de auto is het de bedoeling dat je toetert naar alles en iedereen die je ook maar een cm in de weg zit. En uiteraard toeter je bij iedere bocht. Auto's hebben voorrang op fietsers, voetgangers, moterbikes, honden, vrachtwagens. Ook bij zebrapaden. Als je tankt laat je de moter draaien want anders gaat de airco uit en krijg je het nog warm. Tot slot: als je betelnoot wilt kauwen terwijl je autorijdt is dat geen probleem: zorg wel voor een lege plastic fles zodat je daar je rode speeksel en de pulp in kan spuwen als je klaar bent met je portie.

De volgende stop is een waterval. En hier klettert nogal wat. Het is eigenlijk meer een aflopende beek met veel grote stenen waar het water uit de bergen langs naar beneden spoelt. Een krachtige stroom water ook al is het regenseizoen al bijna ten einde.

En ik weet niet hoe het met jou is beste lezer, maar ik heb de meeste watervallen of beekjes na zo'n 10 minuten wel gezien. Dus we stappen weer in de auto om verderop nog eens te kijken. Een behoorlijke klim voor de witte two-wheel-drive omhoog op een stijl grof grindpad met veel kuilen en ik hou me stevig vast. Bij de spot boven is het erg gezellig. Er hangen wat mensen rond met eten, bier en whiskey en van dat laatste drink ik een plastic bekertje mee. Iemand speelt gitaar en de Skelectief-groupie in mij ontwaakt  dus ik lalala er bij en begin te dansen. En iedereen lacht en is blij. Zelfs het kleine meisje dat zich eerst nog achter vaders rokken verschool komt los. Te gek! Lekker relaxed zit ik even later in de auto terug naar Taungoo. 

Vervolg 2 november. Vanmiddag nog even naar de stad getaxied en me op willekeurige drukke plek af laten zetten voor het schieten van wat straatplaatjes. Kleurrijke marktkramen, straathonden, voertuigen, mensen. 

Lief lachen naar starende blikken om mensen te laten ontdooien. Af en toe een 'hello' of een 'mingalabar' en ik maak vrienden. Even stoppen als een stoere gast "hé, you!" , durft te roepen om hem vervolgens af te bluffen met mijn brabbelburmees. 

Mijn terugweg taxichauffeur rijdt verkeerde kant, ondanks googlemaps waarop ik restaurant aanwijs (what's new, hahaha). Maar alles komt altijd goed dus nu met gevulde maag weer 'thuis' bij Myanmar Beauty ll waar de orchideeën in de bomen groeien. 



1 november Taungoo

Ik zit in een best sjiek restaurant waar elk tafeltje een eigen omheinig van bamboo en cocosnoten heeft. Dus veel interactie met anderen is er niet. Daardoor kan ik wel lekker even doorschrijven. De staf hier spreekt geen Engels maar coca cola verstaan ze wel en als blijkt dat het menu ook alleen in het Burmees is zeg ik maar "noodles and chicken, pok-pok-pok". Volgens mij komt de boodschap wel over. Vanmorgen vroeg gewekt door de receptioniste. De bus van Bago naar Taungoo die om 10:00 zou komen en toen om 9:30 komt ineens al om 9:00! Snel douchen en tas pakken dus want het is al 8:20. Ontbijt in vijf minuten, is hiet toch niet al te best. En dan komt er om 9:05 niet een minibus maar een motorbikeboy me halen. Aha. Ach ik hou wel van scooteren, mocht je het nog niet door hebben. Scooter brengt me naar busstation waar de bus zoals te verwachten was nog op zich laat wachten. Want die komt natuurlijk op de oorspronkelijk afgesproken tijd van 10:00. Hahaha. Dit is Myanmar weer typisch. Go with the flow: Kan ik mooi op het station nog wat foto's maken. Van de geiten die hier rondlopen en met de honden optrekken bijvoorbeeld. Of van de kleurrijke rekjes met zakjes chips aan knijpers. De minibus blijkt een grote bus maar wel lekker ruim met een tweezits voor mezelf. Roze hoesjes met paarse ruches over de stoelen om de bekledong daaronder mooi te houden. En gelukkig heb ik een trui in mijn dagrugzak gestopt want de airco doet het :). We zijn op het platte land van Myanmar. Geen kust, bergen en bossen meer maar wel heel veel rijst rijst rijstvelden. De velden zijn lichtbruin tot geel tot felgroen. De bus kan 100 km per uur maar het is druk op de weg en op sommige stukken is de weg heel smal dus we rijden gemiddeld ongeveer 50. Tijdens de lunchstop maak ik een praatje met een boer die zijn groente en fruit vanuit zijn huis aan de highway verkoopt. Het gezin is Hindoestaans zie ik aan de kleding van zijn vrouw en de rode stip op haar voorhoofd. In Myanmar is 7 procent van de bevolking Hindoe vertelt de man. 

Een paar uur later dan van tevoren was ingeschat komen we aan op het busstation van Taungoo (spreek uit Taung Oe). Ik kan nauwelijks uitstappen want de taxichauffeurs dwingen zich voor de ingang om mij als hun klant te vragen. Ik probeer ze tegen elkaar af te laten dingen maar iedereen vraagt dezelfde prijs. En dus stap ik maar achterop bij de man met het piekerige haar en stoppelbaard die mijn grote rugzak al voorop zijn scooter heeft vastgeklemd. Myanmar Beauty ll is een prachtige guesthouse ruim opgezet met veel teakhout en bamboo. Smaakvol ingerichte kamers. Myanmar stijl maar dan zonder poespas en rariteiten. Ik heb een eigen balkon met een hang- zithoekje en een eettafel met daarop twee grote houtgesneden olifanten die niet zouden misstaan in de collectie van Suzanne. 

Na een hangchillmomentje even 'de stad in'. Het is donker maar druk op de weg met het gebruikelijke getoeter. Bij de avondmarkt zijn volgens de Lonely Planet eetstalletjes met chapati. Maar je moet dus niet alles geloven wat er in de LP staat want chapati is niet te vinden maar wel een stalletje waar ze een soort pannenkoek maken met een gebakken ei in het midden. Heel apart en heel vet. Een soort snack. Ik loop met mijn plastic zakje met de snack over de avondmarkt waar vooral fruit en groente wordt verkocht. Iemand verkoopt grote grijze garnalen. En verderop zit een vrouw met een grote schaal vol eendekoppen met de hals er nog aan vast. Gekke Birmesen.

Ik Google een eetspot (ja ik heb internet want ik heb hier een lokale simkaart), want lopend zie ik niet echt iets wat me aanspreekt. Op goed geluk kies ik een restaurantje uit en laat me er heen scooteren. Het blijkt een Birmees-Chinees restaurant. De noodles and chicken pok-pok-pok wordt geserveerd. Ik hoopte op een pittige dikke curry en spaghetti-achtige slierten. Maar ik krijg een hele hele grote kop met dunne soep en daarin bami-achtige linten. Met een klein beetje groente er in en de chicken hebben ze verstaan als gekookt ei. Ik lach vriendelijk als ze me inschattend aankijken. "Very good", zeg ik, duim omhoog. 

Aan een tafel verderop zitten twee jongens die naar me kijken als ik halverwege de soep met het kleine rode katje speel dat hier rondloopt. "Hello!" , zegt de ene. We kletsen wat en ik schuif aan. Gezellig! Ze hebben een bedrijfje in microkrediet  waar ik niet echt verstand van heb maar me wel vaag herinner dat Maxima daar ooit iets mee deed. Kan ik in ieder geval nog meepraten met een suf verhaaltje over onze queen. Een van de jongens vraagt van welke muziek ik hou. Dat is niet een handige vraag want ik heb niet echt een goede muzieksmaak, het gaat bij mij alle kanten op. Hij begint zelf over Bon Jovi. Kijk, daar kan ik wat mee. De andere jongen giet wat whiskey bij mijn cola en samen zingen we Always. En het was nog lang gezellig. 

Je mag de plaatjes van 1 november er zelf bij verzinnen... Vanaf het verslag van 2 november zijn er weer foto's beschikbaar!

woensdag 31 oktober 2018

Bago, 31 oktober

Tien nieuwsgierige kinderogen van het jonge personeel van dit restaurantje waar ik lunch kijken toe hoe ik mijn noedels op eet en een zoete lycheedrank met een rietje uit flesje zuig. Ze staan niet eens op 'westerse' gepaste afstand maar gewoon op een meter om mijn tafel heen. Als ik er een aan kijk schiet die weg achter een collega. Het is een beetje aapjes kijken en ik vraag me af wie er nou de aap is. De noedels met een rode curry zijn hier overigens fantastisch. 

Ben net uit de 'car tha see' gestapt, ook wel than bein genoemd. Een busje met een open achterkant waar aan weerszijden metalen of houten bankjes gemonteerd zijn. Dat is het standaard ov hier. Je gaat langs een kant ban de weg staan en steekt je hand op als er een voorbij komt. Veel goedkoper dan een scootertaxi. Iedere rit kost 200 (achterin) of 300 (voorin) Kyat. Dus zeg maar 10-15 eurocent. Terwijl een scootertaxi hier 1000-1500 kost. Ik koos de plaats naast de chauffeur, heel toevallig dezelfde als met wie ik eerder op de dag de andere kant op reisde. "You rembember me?" vraagt hij zichtbaar blij verrast. Yes. 

Het is heet in Bago, een drukke stad met veel archeologische boeddhistische bezienswaardigheden. Het is snikheet, zweet overal. Ik heb ook best veel rondgelopen in de zon en onder de parasol van Mya Pyae Soe San die ik na de bezichtiging van het paleis tegen kwam. Ze vroeg of ze deze ochtend mijn gids mocht zijn omdat ze graag gids wil worden en haar Engels wil verbeteren. Prima, tuurlijk mag dat! 

Maar even terug naar het begin. Vannacht zat ik dus in de bus van Ye naar Bago die eigenlijk niet naar Bago gaat maar wel ongeveer 20 km verderop op de highway speciaal voor mij ging stoppen. De bus waar ik in zat is echt superdeluxe. Ik heb een heuse slaapstoel die heel ver achteruit kan en met een extra lang voetenstuk dat omhoog kan. Er ligt een fleecedeken voor me klaar, een fles water, een mierzoet cakeje en een flesje energiedrank. Een eigen tvscherm met keuzemenu is er ook als in een vliegtuig. En als klap op de vuurpijl: er is geen Burmese muzak onderweg. Nou ja zeg, het lijkt Thailand wel! Van de onbezette stoel naast mij pak ik ook het dekentje af want de airco staat weer op standje vriezen. 

Vanaf 04:00 ben ik alert en klaarwakker. Ik hou op mijn telefoon onze gps lokatie in de gaten. Rond 04:30 komt een van de crewleden keurig naar achteren lopen om me te halen. Alles loopt gesmeerd en buiten staan er al taxiboys te wachten. "Tourist, tourist", hoor ik ze al blij tegen elkaar zeggen. Dat levert wellicht meer op? Ik leg uit dat ik naar hotel Amara Gold wil. "You gps?" Vragen ze zodat ik de locatie van het hotel kan aanwijzen. Tuurlijk. Ik voel in mijn zakken. "Oh no!" Foon ligt nog in de bus en die start net de moter en rijdt weg. De jongens rennen er nog achteraan maar de chauffeur heeft het niet in de gaten. Een van de boys bedenkt zich geen moment, springt op zijn motorbike en scheurt achter de bus aan. Het wordt een spannende achtervolging en voor mij een aantal spannende minuten. Ik denk aan mijn blog, aan alle contacten en foto's die er op staan. Aan mijn afhankelijkheid van het apparaat ook omdat er nergens meer internetcafé's zijn. En dat ik misschien wel naar Yangon moet afreizen om foon terug te krijgen... Maar dan ineens keert onze held van vandaag met een smile op gezicht terug. Met telefoon. "Tje zu ba, tje zu ba, tje zu ba", stamel ik alsof het een mantra is. 

Vette beloning voor deze boy. Even later zet taxibusje me af bij Amara Gold waar we eerst moeten roepen en bellen omdat de receptionist in slaap is gevallen. Dat ga ik ook maar eens doen als ik om 05:30 mijn kamer binnen stap.

Na bijslapen en basisontbijt met slappe dunne noedels en rijst met bonen ga ik met ov de stad in. Mijn eerste stop is het opnieuw opgebouwde paleis. Veel goud dat er blinkt maar dan nep gok ik. Dit paleis is een replica van het paleis van een oude koning uit de middeleeuwen die erg geliefd was bij het volk als ik de Engelstalige teksten op de borden mag geloven. Binnen liggen de teakhouten fundamenten die ze in de jaren 70 hebben gevonden hier en waarop de reconstructie is gebaseerd. De koning had ook een zwemvijver met vissen, net als ik wel in mijn tuin zou willen. En verder een gigantische tuin en een gouden bijgebouw waarvan ik de functie niet weet te achterhalen. Toeristenbussen mer vooral Thai rijden af en aan. 

Ik loop verder op zoek naar de pagoda verderop. En dan kom ik in een achteraf straatje ineens dus Mya tegen. Een lief tenger meisje van 23 die mij langs haar huis ziet lopen en haar kans grijpt. "Where you go?". Ze nodigt me uit in haar huis waarvoor ik eerst langs grommende honden de trap op moet. Ze heeft er vier. Voor bewakinging en voor het vangen en opeten van de ratten en de restjes. Mya begeleidt me door straatjes en zandpaadjes naar de pagoda verderop waar een dame mij een bosje roze rozen verkoopt die ik dan weer kan offeren bij de Boeddha verderop. 

Na de pagoda lopen we verder naar een nabijgelegen klooster dat op mijn plattegrond is aangeduid als 'Snake Monastry'. Als we er zijn begrijp ik waarom. In een speciaal ingerichte kamer met zwembadje licht op een betegelde verhoging een enorme lange dikke python. Met zijn vetzorger er naast. Het is een heilige slang die hier meer dan 100 jaar geleden naartoe is gebracht door een monnik die er een droom over had. Als ik de verhalen mag geloven. Gekke burmesen. De python is al 130 jaar oud en het is een van de grootste levende slangen ter wereld. Aan de muren hangen vergeelde foto's van verschillende oude monnikken die de slang om de nek hebben hangen. De slang krijgt 2 keer per maand te eten. Verse rauwe kip. Er zijn veel bezoekers die allemaal tot de slang bidden en geld op de geribbelde huid leggen. De slang schijnt heel gelukkig te zijn.

Er is iets met de opslagkaart van mijn camera. Hier moet foto komen van de slang maar alles foto's zijn verdwenen... wordt aan gewerkt.

Naar de volgende bezienswaardigheid gaan we met motorbike. Mya regelt een vriendin en haar tante. De pagoda die we bezoeken lijkt wel een kopie van de Shwedagon in Yangon maar dan met wat minder poespas er omheen. Een ronde gouden belvormige toren met verschillende lagen en boeddha's er omheen. De mensen in Bago zijn vooral heel trots dat hun pagoda hoger is. Mya is net als ik geboren op een donderdag en dus een muis. We staan even stil bij de bijbehorende Boeddha. In een hoek achter de pagoda worden mijn ogen getrokken naar een hokje met daar boven de tekst "I can say to your fortune". Astrologie is voor de Burmeze boeddhisten zeg maar echt hun ding. Nieuwsgierig loop ik dichterbij. Een oudere man met bril wacht er geduldig op klanten en ik denk "what the heck, ik ben hier nu". "You not afraid?" vraagt Mya terwijl ze me met grote ogen aankijkt. Nee hoor. De man vraagt mijn naam en mijn geboortenaam. Ik zeg " november 27th 1975, I am a mouse". De man pakt er een boekje bij en zijn rekenmachine en schrijft op een papier alkemaal teksten en getallen in het Burmees. Dan moet ik mijn handen laten zien, beide kanten. Hij lijkt erg tevreden over mijn duimen. "Ah, very strong". Ik versta hem niet goed en hij zegt nogal veel. Vooral "ah you suck seks in business" versta ik. Pardon? Oh, succes bedoelt hij, natuurlijk. Haha ha. Verder versta ik dat mijn mind very strong is en that ik too much think think. Zijn advies is dat ik daarom ga mediteren met een boeddha voor me (die heb ik al) en ern kralenketting in mijn handen (heb ik nog niet) terwijl ik "aragan, aragan, aragan" zeg. En dat 100 keer de ketting rond = 10.000 × aragan. Ok, tje zu ba. Op de terugweg kies ik bij de uitgang een houte ketting met grote bruine kralen. Nu oefenen maar dus. 

's Middags siësta en dan naar de markt. Volle aandacht want weinig blanken hier in het straatbeeld. Ik koop wat glitterversiering voor kerst alvast en ga daarna nog even naar de 'shoppingmall' in de hoge toren verderop met roltrappen en zelfs een KFC filiaal. Bovenin een elektronicazaakje en daaronder kledingzaakjes met allemaal kleding in maatje S. Vraag me af waar de wat stevigere Myanmarse dames hun inkopen doen. Onderin een grote supermarkt waar ze Europese wijnen verkopen en complete uitzetten voor monniken en zelfs Pringles. Terug met scooter want de chauffeur van de than bein snapt niet waar ik naar toe wil. 

Meer foto's volgen hopelijk maar ik kan ze op memorykaart niet meer vinden...